<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<p xmlns="http://www.loedejongdigitaal.nl" xmlns:vk="http://www.loedejongdigitaal.nl" vk:pdf-page-ref="100" vk:chron="10100014" vk:id="nl.vk.d.1.6.1.43">Toen de Sowjet-Unie in 1934 tot de Volkenbond toetrad, was Nederland met Zwitserland en Portugal het enige land dat tegenstemde. Fiolen van toorn werden uitgestort over het arme hoofd van de minister van buitenlandse zaken, jhr. mr. A. C. D. de Graeff, omdat de Nederlandse delegatie haar tegenstem niet apart gemotiveerd had, maar zich eenvoudig had aangesloten bij het betoog van de Zwitserse. Toen de minister daarenboven in de Tweede Kamer verklaarde dat die tegenstem ingegeven was door <quote>'twijfel aan de oprechtheid van Rusland'</quote> en niet gefundeerd was op het afwijkend staatkundig bestel, evenmin op de negatieve houding van dat bestel jegens de godsdienst, richtte de voorzitter van het Nationaal verbond 'Godsdienst, Gezin, Gezag', ds. F. J. Krop uit Rotterdam, een verontwaardigd protest tot de ministerraad, eindigend met de vraag: 'Zou het waar zijn, dat het lijden van een gemarteld volk, om des geloofs wille gemarteld, mijn regering die op de christelijke grondslagen van ons volksleven wil voortbouwen, onbewogen laat 1'1</p>