<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<section xmlns="http://www.loedejongdigitaal.nl" xmlns:vk="http://www.loedejongdigitaal.nl" vk:title="Secretarissen-generaal/Commissarissen der koningin" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7">
    <subsection vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.1">
        <p vk:pdf-page-ref="376" vk:chron="250376053" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.1.1">Over ir. R A. Verwey, die van augustus' 40 af tot het einde der bezetting (waarnemend) secretaris-generaal van het departement van sociale zaken</p>
        <p vk:pdf-page-ref="376" vk:chron="250376059" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.1.2">I Av., p. 63. 2 A.v., p.<page vk:pdf-page="376" vk:original-page="364" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.1.2.2">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Bureau Nationale Veiligheid (BNY) (later</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Einrhoven, L., t</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Linthorst Homan, J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Meijer, Arnold</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Nederlandse Unie</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Quay, J. E. de</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.1.2.3">VERWEY</header>en van september '40 af directeur-generaal van het toen opgerichte Rijksarbeidsbureau was geweest, kunnen wij kort zijn: niemand had zich meer beijverd dan hij om via de gewestelijke arbeidsbureaus enkele honderdduizenden Nederlanders te verplichten om in Duitsland te gaan werken - in januari '41 had hij zelfs voorgesteld om arbeiders die eigener beweging waren teruggekeerd, geen distributiebescheiden meer te geven, een voorstel dat slechts door het verzet van de overige secretarissengeneraal niet was verwezenlijkt. Zeker, hij had op enkele punten, geheel conform de wensen van de bezetter, de sociale wetgeving kunnen verbeteren maar dat viel in het niet bij de medewerking die hij in het kader van de arbeidsinzet aan de vijand en diens oorlogvoering had verleend.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="377" vk:chron="250377019" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.1.3">
            <b>In</b> juni '45 werd hij gearresteerd, in oktober weer vrijgelaten. Intussen had Beel een kleine commissie benoemd onder voorzitterschap van Cleveringa om hem te adviseren wat met Verwey moest geschieden. Die commissie stelde ontslag-zonder-meer en verlies van 70 % der pensioenrechten voor. Het CentraalOrgaan evenwel adviseerde tot ontslag met volledig verlies der pensioenrechten - de commissie-Patijn daarentegen weer tot ontslag met behoud van die rechten. Na bespreking in de ministerraad ging Beel tot ontslag over met volledig verlies der pensioenrechten - hij week dus af van het advies van de commissie-Patijn. Verwey ging in beroep bij de Raad van State en conform het advies van dat college besliste de Kroon in februari '47 dat hij zou worden ontslagen met behoud van 70% van zijn pensioenrechten - die 70% werden, zoals al bleek, in '56 (wij zullen hier niet steeds melding van maken) als uitvloeisel van de toen getroffen algemene regeling tot roo % opgetrokken.</p>
    </subsection>
    <subsection vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2">
        <p vk:pdf-page-ref="377" vk:chron="250377054" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.1">Mr. dr. K J. Frederiks, secretaris-generaal van binnenlandse zaken, totdat hij begin september<footer vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.1.2">'44</footer>was ondergedoken (ons inziens vanuit de behoefte om zich ietwat te rehabiliteren), had geschipperd. Hij had zich op een voor de bezetter hoogst belangrijke post bevonden: het gehele binnenlandse bestuursapparaat had onder hem geressorteerd. Hij had niet kunnen voorkomen dat de bezetter in het provinciaal en gemeentelijk bestuur het leidersbeginsel had ingevoerd, ook niet dat de bezetter in acht van de elf provincies NSB'ers of andere pro-Duitse figuren tot commissaris had benoemd, evenmin dat enkele honderden<page vk:pdf-page="377" vk:original-page="365" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.1.4">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Centraal Orgaan voor de Zuivering van Over- heidspersoneel</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Cleveringa, R. P.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Commissie van Advies (-Beelaerts, -Scholren, -Parijn)</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Frederiks, K. J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Patijn, J. A. N.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Pensioenen</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Verwey, R. A.</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.1.5">ZUIVERING</header>burgemeester waren geworden (ongeveer tien had hij evenwel zèlf benoemd). Tegen benoemingen van andere NSB'ers had hij zich soms met succes kunnen verzetten - de bezetter was er niet op gebrand geweest, alle machtsposities aan NSB'ers toe te vertrouwen.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="378" vk:chron="250378008" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.2">Frederiks' opvatting was geweest dat bestuursambtenaren eigenlijk onder alle omstandigheden op post moesten blijven (met zijn onderduiken had hij zelf tegen die regel gezondigd) en zich van illegale daden of van steun aan de illegaliteit moesten onthouden. Begin '41 had hij (wij komen er nog op terug) de gemeentepolitie gelast, nauw met de <i>SD</i> samen te werken. In datzelfde jaar was het voor zovele Nederlanders noodlottige persoonsbewijs onder <i>zijn</i> verantwoordelijkheid ingevoerd - hij had geen enkel tegenspel geboden aan de man die dat (uiterst moeilijk na te maken) document had ontworpen: J. L. Lentz, hoofd van de rijksinspectie der bevolkingsregisters, een serviele dienaar van de bezetter. Eind oktober '41 had hij, als reactie op enkele beperkte sabotagedaden, op Duits verzoek samen met de secretarissen-generaal van justitie en van de twee economische departementen, resp. de NSB'er prof. mr. J. J. Schrieke en Hirschfeld, een proclamatie doen verschijnen waarin hij alle Nederlanders had opgeroepen, <quote>'de in het bezette Nederlandse gebied geldende wetten en voorschriften'</quote> (daaronder waren toen reeds talrijke voorschriften die op het gebied van de Jodenvervolging uitgevaardigd waren) <quote>'onvoorwaardelijk'</quote> na te leven - <quote>'helpt mee'</quote>, stond er ook in, <quote>'opdat ons volk niet benadeeld wordt door de daden van onbezonnen en misdadige elementen.'</quote> De illegale pers had over die proclamatie haar gal uitgestort, <quote>'ons volk'</quote>, had <i>Het Parool</i> geschreven, <quote>'heeft verachting voor '</quote>Nederlandse' hoofdambtenaren die er zich toe lenen om zo onomwonden de vijand van ons land in zijn oorlogvoering te helpen.' 1 Contact met de illegaliteit had Frederiks steeds gemeden en de op hem in de illegale pers uitgeoefende kritiek had hij als hoogst onbillijk ervaren. Daarentegen had hij in maart '42 de burgemeesters geïnstrueerd, van alle <quote>'politiaire voorvallen'</quote> (zij sloten illegale daden in) onmiddellijk kennis te geven aan de hoogste Nederlandse en Duitse politie-autoriteiten.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="378" vk:chron="250378059" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.3">In de latere jaren, en dan vooral in <quote>'43 en '</quote>44, had Frederiks veel aandacht besteed aan de moeilijkheden waarin de niet-<quote>'fouten'</quote> onder de burgemeesters waren komen te verkeren; groep na groep had hij bezocht, daarbij steeds profeterend dat Duitsland binnen enkele maanden zou zijn verslagen - uitlatingen die er menige burgemeester van afbielden, in een</p>
        <p vk:pdf-page-ref="378" vk:chron="250378065" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.4">I <i>Het Parool,</i> 27 (2 nov. 1941), p. 2.<page vk:pdf-page="378" vk:original-page="366" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.4.4">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Burgemeesters, wethouders</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Frederiks, K. J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Het Parool; 1</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Schrieke, J. J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.4.5">FREDERIKS ZUIVERING</header>kennelijk zo laat stadium persoonlijke risico's te nemen. Met dat al hadden de meesten van die burgemeesters Frederiks' bezoek als steun ervaren in hun moeilijke positie. Toen de bezetter de <i>Gemeinde-Einsatz</i> had gelast, was van hem geen duidelijke verzetsimpuis uitgegaan - een advies van de volkenrechtsdeskundige van Buitenlandse Zaken, prof. mr. J. P. A. François, inhoudend dat wat de bezetter geëist had, niet in strijd zou zijn met het Landoorlogreglement, was hem welkom geweest. Ter bescherming van de Joodse bevolkingsgroep had hij (voor de overige secretarissen-generaal gold hetzelfde) in <quote>'40 en '</quote>41 niets ondernomen - hij had aanvaard dat het bestuursapparaat bij vele tegen die groep gerichte maatregelen was ingeschakeld. Intussen: er was toen van deportaties nog geen sprake geweest. Op I november '41 echter had Rauter, de <i>Höhere SS- und Polizeiführer,</i> hem gevraagd wat zijn houding zou zijn als het wèl tot die deportaties kwam. Frederiks had geantwoord dat hij meende geen bemoeienis te hebben met de ca. zestienduizend Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk die in Nederland asyl hadden gevonden (die gooide hij dus voor de wolven) maar dat hij, als de bezetter ook Nederlandse Joden zou gaan deporteren, zou aftreden. Dat had hij evenwel nagelaten: toen de deportaties, zowel van Joodse vluchtelingen als van Nederlandse Joden, injuli '42 begonnen waren, was hij in functie gebleven. Ook bij die deportaties hadden gemeentelijke instellingen, de vervoersbedrijven bijvoorbeeld, een rol gespeeld - er was de bezetter iets aan gelegen geweest dat Frederiks niet tot verzet aanspoorde. Daar was, geheel conform het Duitse beleid dat er op gericht was, algemeen verzet te voorkomen door tijdelijke uitzonderingen toe te staan, een concessie voor gedaan: Frederiks en zijn ambtgenoot van onderwijs, wetenschap en cultuurbescherming, de pro-Duitse prof. dr. J. van Dam, hadden verlof gekregen, aan de bezetter een lijst voor te leggen met de namen van door hen op maatschappelijk gebied belangrijk geachte Joden die dan met hun gezinnen wel in Nederland geïnterneerd maar, aldus de belofte van de bezetter, niet gedeporteerd zouden worden. Zo was een groep van uiteindelijk een kleine zevenhonderd Joden gevormd die in de gemeente Barneveld geïnterneerd waren. De groep was eind september '43 naar het <i>Judendurchgangslager</i> Westerbork overgebracht en vervolgens (dat was van meet af aan de bedoeling van de bezetter geweest) in de zomer van '44 gedeporteerd naar het <i>Altersghetto</i> Theresienstadt, maar vandaar, in tegenstelling tot andere ook uit Nederland gearriveerde groepen, niet naar Auschwitz-Birkenau doorgezonden - in zoverre was de door Frederiks en van Dam verleende bescherming tot het einde toe effectief gebleven.<page vk:pdf-page="379" vk:original-page="367" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.4.17">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Auschwitz</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Burgemeesters, wethouders</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Dam, J. van</lemma-ref>
                    <lemma-ref>François, J. P. A.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Frederiks, K. J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Gemeinde-Einsatz; 1</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Joden</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Rauter, H. A.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Theresiensradr (Altersghetto)</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
        </p>
        <p vk:pdf-page-ref="380" vk:chron="250380002" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.5">Eerst door het College van Vertrouwensmannen en vervolgens door het Militair Gezag werd hij, geheel conform het inzicht van de regering, gestaakt. Hij had tijdens zijn onderduik een verhandeling geschreven waarin hij met grote zelfingenomenheid op zijn beleid als hoofd van het departement van binnenlandse zaken ('het centrale punt, van waaruit een bepaalde koers aan het land kan worden opgelegd' 1) had teruggezien; hij had er niet in vermeld dat hij zelf tien NSB<quote>'ers tot burgemeester had benoemd en had evenmin geschreven over zijn instructie met betrekking tot de '</quote>politiaire voorvallen', de <i>Gemeinde-Einsatz</i> en zijn verklaring aan Rauter. Die verhandeling publiceerde hij enkele weken na de bevrijding onder een titel: <i>Op de bres 1940-1944,</i> die door velen als provocerend werd beschouwd. Beel benoemde midden juni een kleine commissie onder voorzitterschap van Rutgers, lid van de Raad van State en waarnemend commissaris der koningin in Zuid-Holland, om Frederiks' beleid te beoordelen. Die commissie had nog geen rapport uitgebracht, toen aanhangers van de gestaakte secretaris-generaal zich gingen roeren. De burgemeester van Dordrecht, J. Bleeker, zelf kort na de April-Meistakingen van '43 door de bezetter ontslagen, had de behoefte, de vele burgemeesters die gestaakt waren te verdedigen, publiceerde daartoe onder de titel <i>De Buffer</i> een relaas van zijn eigen ervaringen en schreef vervolgens een protest tegen de uitschakeling der gestaakten dat hij aan talrijke ambtelijke relaties toezond. 2 In dat protest vergeleek hij de staking van een man als Frederiks met de moord op Floris V en de gebroeders de Witt - men had, meende hij, alle gestaakten (<quote>'verzet is door hen voortdurend gepleegd maar niet een verzet dat naar buiten bleek'</quote>) moeten handhaven en slechts <quote>'na een grondig onderzoek'</quote> eventueel een straf mogen opleggen.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="380" vk:chron="250380041" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.6">Aan <quote>'grondig onderzoek'</quote> kwam de commissie-Rutgers niet toe: zij verdiepte zich niet in het departementaal archief maar ging uit van Frederiks' eigen verdediging: <i>Op de bres 1940-1944,</i> en sprak met twee commissarissen der koningin die Frederiks goed hadden gekend: Bosch van Rosenthal (Utrecht) en van Sonsbeeck (Limburg). Midden september berichtte zij aan Beel ', 'dat aan de goede bedoelingen en de vaderlands<footer vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.6.6">I KJ. Frederiks:    p. ID. 2 Het stuk wordt weergegeven in het boek van L. R J. ridder van Rappard: </footer>
            <i>Tweede Wereldoorlog</i> (1979), dl. II, p. 442 en vlg. 3 Advies d.d. 16 sept. 1945 in RvO,<page vk:pdf-page="380" vk:original-page="368" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.6.10">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Bleeker, J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Bosch van Rosenthal, L. H. N.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>College van Vertrouwensmannen</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Frederiks, K. J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Gemeinde-Einsatz; 1</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Rappard, L. R. J. van</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Rutgers, J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.6.11">FREDERIKS HIRSCHFELD</header>lievende gezindheid van de heer Frederiks geen moment kan worden getwijfeld' - evenwel, hij had zich ontpopt als 'een overtuigd opportunist, tegenstander van elke principiële politiek ... Slechts één beginsel hangt hij aan: het bestuursapparaat zoveel mogelijk op gang te houden.<quote>' Hij had '</quote>veel ten behoeve van de Nederlandse bevolking weten te bereiken. Dat er bijvoorbeeld van ons Joods volksdeel althans nog een klein percentage in leven gebleven is, moet in belangrijke mate aan zijn nooit aflatende ijver op dit punt worden toegeschreven' (een hoogst overtrokken voorstelling van zaken'). Met dat al oordeelde de commissie-Rutgers dat aan Frederiks conform F 70 ongevraagd eervolontslag moest worden verleend - ontslag dus met recht op een wachtgeld (maar hij zou begin '46 vijf-en-zestig worden) en met behoud van zijn pensioenrechten.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="381" vk:chron="250381018" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.7">Beellegde dit rapport aan de Commissie van Advies (op dat moment nog de commissie-Scholten) voor - midden december adviseerde ook zij, <quote>'echter niet zonder aarzeling'</quote>, tot ongevraagd eervolontslag. 2 Beel besliste conform dat advies (waarmee hij een beroep op de Raad van State onmogelijk maakte) en Frederiks werd vier weken later ontslagen.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="381" vk:chron="250381026" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.2.8">Dat daarmee inzake zijn zuivering niet het laatste woord was gezegd, zal nog blijken.</p>
    </subsection>
    <subsection vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3">
        <p vk:pdf-page-ref="381" vk:chron="250381029" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.1">Wij komen nu tot dr. H. M. Hirschfeld, gedurende de bezetting secretaris-generaal van de departementen van handel, nijverheid en scheepvaart en van landbouw, visserij en voedselvoorziening.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="381" vk:chron="250381034" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.2">Tot eind '41 was hij overtuigd geweest van een Duitse overwinning - dat had hem gestimuleerd om de inschakeling van het Nederlandse bedrijfsleven in het Duitse die hij voorshands onvermijdelijk achtte, te bevorderen. In dat kader had een beleidsdaad gepast waartoe hij kort na de Duitse invasie van de Sowjet-Unie besloot: met goedkeuring van het college van secretarissen-generaal (ook dus van Frederiks) had hij in augustus '41 in samenwerking met Louwes, directeur-generaal van de voedselvoorziening, een Commissie tot uitzending van landarbeiders naar Oost-Europa opgericht, de z.g. Culano. Ir. Staf, directeur van de<footer vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.2.2">1 Frederiks en van Dam hadden een kleine zevenhonderd Joden beschermd: nog</footer>geen 2 % van de ca. acht-en-dertigduizend Joden die de oorlog overleefden. 2 Advies d.d. 18 dec. 1945 in RvO, CoIl. Zuivering<page vk:pdf-page="381" vk:original-page="369" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.2.4">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Beel, L. J. M., to a</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Commissie van Advies (-Beelaerts, -Scholren, -Parijn)</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Dam, J. van</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Frederiks, K. J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Hirschfeld, H. M.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.2.5">ZUIVERING</header>Nederlandse Heidemaatschappij. was voorzitter van die commissie geworden. De bedoeling was geweest dat de Nederlandse voedselvoorziening zou gaan profiteren van de opbrengst van een gebied in de Oekraïne, in oppervlakte ongeveer een zesde van Nederland, in welk gebied de Oekraïners zouden moeten werken onder toezicht van Nederlandse landbouwers. Die opzet was mislukt: de landbouw-organisaties hadden medewerking aan deze poging om te profiteren van de Duitse rooftocht in Oost-Europa geweigerd en de Culano had niet meer dan ca. zeshonderd krachten kunnen uitzenden, goeddeels NSB'ers.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="382" vk:chron="250382013" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.3">Zulk een plan was tekenend geweest voor Hirschfeld. Hij was een man van uitzonderlijke bekwaamheid en werkkracht, maar cerebraal, afgesloten tegen emoties en steeds rationeel denkend: wat was haalbaar, wat niet? Hij had het niet als haalbaar gezien om iets voor de vervolgde Joden te bereiken - dat had hij dus, hoewel zelf zoon van een Joodse vader', nagelaten (behoudens dan dat hij er zich samen met Louwes begin '41 met succes tegen had verzet dat de Joden lagere rantsoenen zouden krijgen). Eén keer was tot hem doorgedrongen dat in Oost-Europa massa-executies van Joden plaatsvonden maar dat bericht had hij niet doorgegeven, ook niet aan de Joodse Raad. Aan de beroving van het Joodse volksdeel had hij, menend dat dat in het belang van alle betrokkenen was, medewerking verleend door onder hem ressorterende bureaus in te schakelen bij de verkoop van Joodse textielzaken en van Joods grondbezit. Die bemoeienissen waren overigens slechts een zeer klein deel geweest van het totaal van zijn activiteiten. Die waren vooral gericht geweest op de handhaving van het levenspeil der bevolking, de bescherming van het Nederlandse bedrijfsleven en het op afstand houden van NSB'ers; daarvoor had hij zich met steun van zijn departementen, van Louwes en van de rijksbureaus voor handel en nijverheid grote moeite gegeven - hij was een taaie en als zodanig ook door Seyss-Inquart gewaardeerde onderhandelaar geweest en het bedrijfsleven was grote bewondering gaan koesteren voor zijn onvermoeide inzet.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="382" vk:chron="250382037" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.4">Hij had rust begeerd in de Nederlandse samenleving: die rust was, had hij gemeend, noodzakelijk om een zo groot mogelijk deel van de produktie in stand te houden en om datgene wat geproduceerd werd (met aftrek van wat aan Duitsland moest worden geleverd) naar billijkheid onder de bevolking te verdelen. Verzet had hij als schadelijk beschouwd voor de Nederlandse belangen: het zou de bezetter slechts tot harder<footer vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.4.2">1 Wij hebben in de eerste druk van deel a ten onrechte vermeld dat zijn moeder van half-Joodse afkomst was.</footer>
            <page vk:pdf-page="382" vk:original-page="370" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.4.3">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Bedrijfsleven in Nederland</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Culano</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Hirschfeld, H. M.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Joodse Raad voor Amsterdam</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Land- en tuinbouw</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Louwes, S. L.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Seyss-Inquart, A.</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.4.4">HIRSCHFELD</header>optreden stimuleren. Vandaar zijn handtekening onder de proclamatie van eind oktober '41. Meer nog: in diezelfde tijd had hij mede namens Louwes en Schrieke de bezetter voorgesteld, overtreders van de Nederlandse distributiebepalingen zonder vorm van proces in een Nederlands concentratiekamp op te sluiten - de bezetter had dat denkbeeld afgewezen en voor die overtreders (alsook voor veroordeelden en voor clandestien uit Duitsland teruggekeerde arbeiders) een eigen concentratiekamp opgericht: Ommen. Dat het werk van illegale organisaties noodzakelijk was om honderdduizenden onderduikers, Joodse en niet-Joodse, in staat te stellen ondergedoken te <i>blijven,</i> had Hirschfeld niet beseft. Hij had aanvaard dat begin '44 een nieuwe distributiestamkaart, de tweede', zou worden uitgereikt volgens een regeling waarbij iedere ingezetene zich met zijn eerste kaart, zijn persoonsbewijs en een oproepingskaart bij de distributiekantoren zou moeten aanmelden (hetgeen Joodse en vele andere onderduikers niet zouden kunnen doen en hetgeen voor illegale werkers levensgevaarlijk kon zijn) - die regeling, waarop door Rauter persoonlijk ten sterkste was aangedrongen, had <i>hij</i> ondertekend. Frederiks had dat geweigerd maar had haar wèl aan alle burgemeesters toegezonden. <i>Vrij Nederland</i> had midden december <quote>'43 van een '</quote>doodgevaarlijke aanslag' gerept&gt; en <i>Het Parool</i>
            <quote>'Frederiks en Hirschfeld handlanger van Rauter'</quote> als kop boven een artikel geplaatst waarin de twee secretarissen-generaal scherp waren aangevallen.<quote>' Hirschfeld had toen de directeuren der rijksbureaus bijeengeroepen en blijkens een verslag van zijn verweer de overvallen op de distributiediensten '</quote>verwilderingsverschijnselen' genoemd, de illegale pers als <quote>'zeer gevaarlijk'</quote> aangeduid en zijn medewerking aan de regeling voor de uitreiking van de Tweede Distributiestamkaart verdedigd; uit dat verslag had hij evenwel één passage geschrapt:</p>
        <p vk:pdf-page-ref="383" vk:chron="250383055" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.5">
            <quote>'Mogelijk zal nog menig ondergedokene niet durven komen om de nieuwe distributiestamkaart af te halen, maar dat zijn de eonsequenties welke ieder die ondergedoken is, dient te dragen.'</quote>
        </p>
        <p vk:pdf-page-ref="383" vk:chron="250383063" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.6">Dat verslag nu was in zijn oorspronkelijke vorm door een van de met de illegaliteit samenwerkende ambtenaren aan <i>Het Parool</i> toegespeeld; het was geciteerd in het nummer dat midden juni '44 uitkwam, en <i>Het Parool</i> had nog een recentere uitlating van Hirschfeld kunnen weergeven:<footer vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.6.6">I In de herfst van '39 was de eerste distributiestamkaart uitgereikt. 2  IV, 7 (13 dec. 1943), p. 3. 3  62 (18 dec. 1943), p. 3·</footer>37<page vk:pdf-page="383" vk:original-page="371" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.6.8">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Disrriburie</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Hirschfeld, H. M.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Louwes, S. L.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Ommen, kamp</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Het Parool; 1</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Rauter, H. A.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Schrieke, J. J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Vrij Nederland</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.6.9">ZUIVERING</header>deze had eind maart jegens de directeuren der rijksbureaus betoogd: 'De miskenning die er hier en daar is, moet men als onvermijdelijk kwaad dragen; door inblazingen van niet-verantwoordelijken mag men zich niet van een consequent gekozen standpunt laten afbrengen.<quote>' '</quote>Inblazingen van niet-verantwoordelijken', dat is', had <i>Het Parool</i> hieraan toegevoegd,</p>
        <p vk:pdf-page-ref="384" vk:chron="250384014" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.7">
            <quote>'Hirschfelds kwalificatie voor de voorschriften der Nederlandse regering te Londen 1 en de oproepen der illegale pers tot standvastigheid en moed in het verzet tegen de Duitse onderdrukkers. Er zijn nooit grievender woorden gebezigd om het werk van tienduizenden Nederlanders te beschrijven die met inzet van hun leven de vrijheid bevechten op het botte geweld der Duitse horden.'</quote> 2</p>
        <p vk:pdf-page-ref="384" vk:chron="250384026" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.8">Anders dan Frederiks was Hirschfeld in de hongerwinter op post gebleven. Hij had met de (door Seyss-Inquart en de <i>Wehrmacht</i> goedgekeurde) oprichting van de Centrale Rederij voor de Voedselvoorziening die levensmiddelen over het Ijsselmeer naar het westen bracht, weten te voorkomen dat de nood nog hoger steeg dan toch al het geval was.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="384" vk:chron="250384037" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.9">Hij was realist genoeg geweest om te beseffen dat hij zich na de bevrijding vooreerst moest terugtrekken. Hij wilde de eer aan zich houden en deed, zoals al vermeld, op 5 mei '45 aan de Vertrouwensmannen een aan de koningin gerichte brief toekomen waarin hij zijn functie ter beschikking stelde - desondanks ontving hij van het Militair Gezag een stakingsbevel,</p>
        <p vk:pdf-page-ref="384" vk:chron="250384051" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.10">Het werd augustus eer de minister van handel en nijverheid, Vos, een commissie onder voorzitterschap van dr. F. H. Fentener van Vlissingen, directeur van de Steenkolen-Handelsvereniging', instelde om over Hirschfelds beleid rapport uit te brengen. Die commissie sprak enkele</p>
        <p vk:pdf-page-ref="384" vk:chron="250384064" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.11">1 In een toespraak via Radio Oranje had minister-president Gerbrandy begin januari '44 het gehele overheidspersoneelopgeroepen, de uitreiking van de Tweede Distributiestamkaart naar vermogen te saboteren. 2 <i>Het Parool,</i> 67 (19 juni 1944), p. 3. 3 Fentener van Vlissingen had er in '33 bij de toenmalige minister van economische zaken op aangedrongen, Hirschfeld op grond van zijn half-Joodse afkomst niet meer als onderhandelaar naar Berlijn te zenden. Hij was vóór de oorlog voorzitter geweest van de <i>Deutsch-Niederldndische Gesellschofi</i> die de economische samenwerking met het Derde Rijk wilde bevorderen. In juli '40 was hij voorzitter geworden van een Nationaal Comité voor Economische Samenwerking (met Duitsland) - dat Comité was door de bezetter terzijde geschoven, die met een kleiner comité-van-zeven, de Z.g. <i>Siebenerausschuss,</i> in zee was gegaan; daarvan was Woltersom voorzitter en twee <quote>'foute'</quote> figuren waren er lid van.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="384" vk:chron="250384087" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.12">Later in de bezetting had Fentener van Vlissingen op allerlei wijzen steun verleend aan het illegale werk, van de herfst van '44 af speciaal aan de BS in de provincie Utrecht. 37<page vk:pdf-page="384" vk:original-page="372" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.12.2">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Fentener van Vlissingen, F. H.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Hirschfeld, H. M.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Nationaal Comité voor Economische Samen- werking</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Woltersom, H. L.</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.12.3">HIRSCHFELD</header>malen met Hirschfeld en kon ook kennis nemen van een hoogst belangrijke bron: de notulen van het college van secretarissen-generaal. Wij citeren uit haar in januari '46 aan de twee betrokken ministers: Vos en Mansholt, voorgelegde conclusie:</p>
        <p vk:pdf-page-ref="385" vk:chron="250385006" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.13">'Dr. Hirschfeld heeft zich tijdens de bezetting bij al zijn handelingen laten leiden door hetgeen naar zijn beste weten het landsbelang eiste en heeft zich in dit opzicht een goed vaderlander getoond.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="385" vk:chron="250385010" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.14">Dr. Hirschfeld heeft door zijn grote bekwaamheid en zelfbewust optreden tegenover de Duitsers aan ons land grote diensten bewezen .... Het kan niet worden aangetoond dat dr. Hirschfeld door tot het laatste toe in functie te blijven zodanige diensten aan de vijand heeft bewezen dat deze groter kunnen worden geacht dan het nut dat voor de bevolking aan zijn aanblijven was verbonden.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="385" vk:chron="250385019" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.15">Dr. Hirschfeld heeft te weinig waarde gehecht aan en te weinig rekening gehouden met de grote waarde van het ondergrondse verzet ...</p>
        <p vk:pdf-page-ref="385" vk:chron="250385023" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.16">Dr. Hirschfeld heeft door de wijze van uitvoering van zijn taak de geestelijke weerstand van ons volk meer geschaad dan ... noodzakelijk was.'</p>
        <p vk:pdf-page-ref="385" vk:chron="250385025" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.17">Het advies van de commissie was dat aan Hirschfeld eervolontslag moest worden verleend, hetzij op zijn verzoek, hetzij ongevraagd.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="385" vk:chron="250385027" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.18">Hirschfeld, die een volledige rehabilitatie begeerde, weigerde ontslag te vragen - de keuze werd nu dus: geen maatregel of <i>ongevraagd</i> eervol ontslag. De commissie-Patijn adviseerde tot het eerste (zij het met de opmerking dat Hirschfeld niet opnieuw secretaris-generaal van een economisch departement mocht worden) maar Vos en Mansholt beslisten anders: in mei '46 werd aan Hirschfeld ongevraagd eervolontslag verleend. Hij ging in beroep bij de Raad van State. Dit college stelde in zijn midden september uitgebracht advies<quote>' dat '</quote>tegenover de onmiskenbaar zeer grote diensten' welke Hirschfeld had bewezen, <quote>'de tegen hem aangevoerde gedragingen welke de schijn konden wekken dat hij zich zou hebben geabstraheerd van het ondergronds verzet en te weinig oog zou hebben gehad voor het belang van de nationale strijd in de afgelopen totale oorlog'</quote>, niet van zodanige betekenis waren dat aan hem anders dan op eigen verzoek ontslag kon worden verleend (in afwijking van zijn eerder aangenomen houding had Hirschfeld aan de Raad van State meegedeeld dat hij voornemens was, dat verzoek in te dienen) - het besluit van de ministers Vos en Mansholt werd dus voor vernietiging door de Kroon voorgedragen. Maar welke gronden zouden in het desbetreffend koninklijk besluit vermeld moeten worden? Huysmans, de</p>
        <p vk:pdf-page-ref="385" vk:chron="250385051" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.19">I Tekst in <i>Staatsblad</i> G 317.<page vk:pdf-page="385" vk:original-page="373" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.19.4">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Hirschfeld, H. M.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Mansholt, S. L., IIe</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Het Parool; 1</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Patijn, J. A. N.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Vos. H.</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.19.5">ZUIVERING</header>opvolger van Vos, had er geen bezwaar tegen, de (ten aanzien van Hirschfelds houding jegens verzet en illegaliteit onjuiste) formuleringen van de Raad van State over te nemen maar Mansholt, die als minister in het kabinet-Bcel was aangebleven, wèl. Zo ook koningin Wilhelmina. <b>In</b> het begin november <quote>'46 gepubliceerde koninklijk besluit'</quote> werd gesproken van Hirschfelds <quote>'onmiskenbaar zeer grote en ook niet betwiste diensten'</quote> maar werd herhaald <quote>'dat hij blijk heeft gegeven van onvoldoende begrip voor de grote geestelijke waarde van het verzet, met name zoals dit zich uitte in de ondergrondse actie.'</quote>
        </p>
        <p vk:pdf-page-ref="386" vk:chron="250386011" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.20">Hirschfeld vroeg met ingang van I januari '47 ontslag, hetgeen hem eervol werd verleend, <quote>'met dankbetuiging voor de niet betwiste, zeer grote en belangrijke diensten, in vijf moeilijke bezettingsjaren het Nederlandse volk bewezen.'</quote>
        </p>
        <p vk:pdf-page-ref="386" vk:chron="250386017" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.3.21">Met ingang van diezelfde datum werd hij benoemd tot Regeringscommissaris in algemene dienst, speciaal voor de ten aanzien van Duitsland hangende economische en financiële vraagstukken; eind <quote>'47 werd hij, zoals al vermeld, Regeringscommissaris voor het Europese Herstelprogramma, twee jaar later Nederlands eerste Hoge Commissaris in Indonesië.'</quote>
        </p>
    </subsection>
    <subsection vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4">
        <p vk:pdf-page-ref="386" vk:chron="250386026" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.1">Verwey en Hirschfeld hadden in beroep kunnen gaan bij de Raad van State, beiden met succes: Verwey had 70 % van zijn pensioenrechten herkregen en het aan Hirschfeld verleende ongevraagde ontslag was<footer vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.1.2">1 A.V. 2 Wij vermelden in dit verband hoe het met Woltersom en Louwes afliep. Aan Wolters om, die tijdens de bezetting de organisatie van het Nederlandse bedrijfs leven bij die van het Duitse had aangepast, werd conform het advies van de commissie Patijn in '46 ongevraagd eervolontslag verleend als voorzitter van de Raad voor het Bedrijfsleven. Lauwes, die een hoogst bekwame directeur-generaal voor de voedsel voorziening was geweest, werd niet gestaakt, hoewel de Grote Adviescommissie der Illegaliteit daar eind mei '45 bij generaal Kruls op had aangedrongen - Kruls had, alvorens die beslissing te nemen, overleg gepleegd met het College van Vertrouwens mannen en bovendien van leiders van enkele spionagegroepen vernomen dat ambte naren van Louwes' directoraat-generaal van eind' 43 af met diens instemming belang rijke inlichtingen aan Landen hadden doorgegeven. Louwes' beleid werd op zijn verzoek onderzocht door de commissie-Fentener van Vlissingen. Haar advies aan Mansholt was, geen zuiveringsmaatregel te treffen, en dat advies werd door Mansholt gevolgd.</footer>
            <page vk:pdf-page="386" vk:original-page="374" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.1.3">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>College van Vertrouwensmannen</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Fentener van Vlissingen, F. H.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Hirschfeld, H. M.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Kruis. H. J .</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Louwes, S. L.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Mansholt, S. L., IIe</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Verwey, R. A.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Woltersom, H. L.</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.1.4">ACTIES TEN GUNSTE VAN FREDERIKS</header>ongedaan gemaakt. Kennelijk oordeelde de Raad van State milder dan de ministers - was het dan niet billijk dat ook de uitspraak inzake Frederiks (ongevraagd eervolontslag) werd herzien?</p>
        <p vk:pdf-page-ref="387" vk:chron="250387010" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.2">Enkele burgemeesters en provinciale hoofdambtenaren uit het noorden van het land namen het initiatief en stelden in januari '47 voor dat vanuit elke provincie een gelijkluidende brief aan Beel zou worden gericht waarin erop werd aangedrongen dat Frederiks verlof zou krijgen tot het instellen van beroep bij de Raad van State. Beel ontving elfbrieven die tezamen door enkele honderden burgemeesters en andere functionarissen uit de kringen van het provinciaal en gemeentelijk bestuur waren ondertekend. In die brieven 1 schreven de ondertekenaars o.m. dat het 'hun uit eigen ervaring bekend (is) dat het bovengronds verzet door de heer Frederiks werd mogelijk gemaakt en geactiveerd en dat de illegaliteit, wanneer zij zich tot hem wendde, op zijn medewerking kon rekenen' - nu, dat laatste had zelfs Frederiks in zijn <i>Op de bres 1940-1944</i> niet beweerd.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="387" vk:chron="250387033" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.3">Beel legde de verzoekschriften terzijde.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="387" vk:chron="250387034" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.4">Daar stak een element van rechtsongelijkheid in. Het gevolg was dat in de zomer van '47 een tweede, heel wat beter geformuleerd verzoekschrift&gt; tot Beel werd gericht waarin er o.m. op gewezen werd dat het beleid van Hirschfeld door de Raad van State en dat van het Driemanschap van de Nederlandse Unie door de commissie-Plate uitdrukkelijk in hun geheel waren beoordeeld, zulks in een tijd toen <quote>'de gemoederen reeds veel meer tot rust gekomen'</quote> waren, dat prof. Scholten, wiens commissie tot het ongevraagd eervolontslag van Frederiks had geadviseerd, nimmer een bestuursfunctie had bekleed en dat zijn commissie haar advies had opgesteld voordat zij kennis had kunnen nemen van een door Frederiks geschreven memorie over zijn beleid. Dit verzoekschrift werd ondertekend door twee-en-twintig hooggeplaatsten, onder wie kardinaal de Jong (hij ondertekende als eerste), generaal Winkelman, twee commissarissen en twee oud-commissarissen der koningin (onder wie van Sonsbeeck), vier hoogleraren (onder wie Cleveringa en Meijers) en drie Kamerleden (onder wie Romme en Kortenhorst).</p>
        <p vk:pdf-page-ref="387" vk:chron="250387056" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.5">Ook dit verzoekschrift legde Beel terzijde. Hij nam aan dat een nieuwe behandeling van de zaak-Frederiks tot deining in parlement en pers zou leiden; bovendien zou, wilde men Frederiks het recht geven, bij de Raad van State in beroep te gaan, een wijziging van het wetsbesluit F I32 nodig</p>
        <p vk:pdf-page-ref="387" vk:chron="250387062" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.6">I Tekst in L. J. R. ridder van Rappard: <i>Hoe u/as het ook weer],</i> dl. II, p. 458-60. 2 Tekst: a.v., p. 460-63.<page vk:pdf-page="387" vk:original-page="375" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.6.4">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Bedrijfsleven in Nederland</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Beel, L. J. M., to a</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Burgemeesters, wethouders</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Commissarissen der Koningin/der provincie</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Frederiks, K. J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Hirschfeld, H. M.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Jong, J. de (aarrsbisschop)</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Kortenhorst, L. G.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Nederlandse Unie</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Plate, A.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Rappard, L. R. J. van</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Scholten, P. (hoogleraar)</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.6.5">ZUIVERING zijn en kwam die wijziging tot stand, dan zouden de duizenden gezui</header>verden, in wier zaak de ministers het advies van de Commissie van Advies hadden gevolgd, zich óók tot de Raad van State kunnen wenden.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="388" vk:chron="250388006" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.4.7">Op zichzelf had dit tweede argument de ervaren oud-bestuursambtenaar Frederiks kunnen aanspreken, maar niets daarvan: als een verbitterd man ging hij de hem resterende levensjaren in.</p>
    </subsection>
    <subsection vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.5">
        <p vk:pdf-page-ref="388" vk:chron="250388010" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.5.1">Over de commissaris der koningin in Groningen, Homan, schreven wij reeds - er resten er drie: de commissaris van Noord-Brabant, van Rijckevorsel, de commissaris van Gelderland, mr. S. baron van Heemstra, en de commissaris van Friesland, mr. P. A. V. baron van Harinxma thoe Slooten.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="388" vk:chron="250388018" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.5.2">Zij waren alle drie door de illegaliteit als figuren beschouwd van wie op verzetsgebied niets was uitgegaan - van Rijckevorsel had, zoals al opgemerkt, vooral bij de <i>Gemeinde-Einsatz</i> verstek laten gaan.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="388" vk:chron="250388021" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.5.3">Met betrekking tot van Rijckevorsel die gestaakt was (zijn beleid was in het Zuiden al door een door van Sonsbeeck gepresideerde commissie onderzocht), adviseerde de commissie-Scholten tot ongevraagd eervol ontslag. Beel besliste conform - een dankbetuiging bleef achterwege, hetgeen van Rijckevorsel diep griefde.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="388" vk:chron="250388028" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.5.4">Ook van Heemstra werd door het Militair Gezag gestaakt maar die staking werd (naar wij aannemen: op advies van de commissie-van Boeyen) na twee maanden door Beel opgeheven - een overweging daarbij was dat van Heemstra, die al vijf-en-zestig was, zich bereid had verklaard, per I januari' 46 met pensioen te gaan. Eind juni trad hij weer als commissaris in functie. Dit leidde tot grote woede bij de Gelderse illegaliteit. Er werd overleg gepleegd en enkele weken later begaven drie vooraanstaande illegale werkers zich naar Den Haag om aan Schermerhorn mee te delen dat van Heemstra, werd hij niet binnen enkele dagen ontslagen, in een kippenhok zou worden opgesloten. Beel werd er bijgehaald <quote>'en'</quote>, aldus later Schermerhorn, <quote>'met vereende krachten is het ons gelukt de heren ervan te overtuigen dat dit toch niet de weg was'</quote> 1 - de toezegging dat van Heemstra nog slechts enkele maanden commissaris zou zijn, wierp enige olie op de golven. Nadien werd het dossier-van</p>
        <p vk:pdf-page-ref="388" vk:chron="250388050" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.5.5">I <i>Prof.dr.ir. W. Schermerhorn,</i> p. 75.<page vk:pdf-page="388" vk:original-page="376" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.5.5.4">
                <backofbook-ref>
                    <lemma-ref>Beel, L. J. M., to a</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Commissarissen der Koningin/der provincie</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Commissie van Advies (-Beelaerts, -Scholren, -Parijn)</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Drees, W.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Frederiks, K. J.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Harinxma thoe Slooren, P. A V. van</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Heemstra, S. van</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Hirschfeld, H. M.</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Illegalireir, Nederlandse (voormalige, na de be- vrijding)</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Rijckevorsel, A. B. G. M. van</lemma-ref>
                    <lemma-ref>Secrerarissen-generaal</lemma-ref>
                </backofbook-ref>
            </page>
            <header vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.5.5.5">DRIE COMMISSARISSEN DER KONINGIN</header>Heemstra door de commissie-Scholten bezien - haar conclusie was dat er onvoldoende aanleiding bestond om zuiveringsmaatregelen tegen hem te nemen. Hij kreeg op eigen verzoek eervolontslag en daarbij ontbrak de dankbetuiging niet.</p>
        <p vk:pdf-page-ref="389" vk:chron="250389013" vk:id="nl.vk.d.12-1.6.7.5.6">Van Harinxma tenslotte, commissaris van Friesland sinds 1909 en in '45 dus al zes-en-dertig jaar in functie, werd tot zijn grote ergernis gestaakt - die ergernis uitte hij o.m. door na zijn staking elke dag zijn werkkamer op het Provinciehuis te betrekken. Vervolgens werd, nog in mei, zijn beleid onderzocht door een kleine commissie onder voorzitterschap van van Boeyen. Zij sprak met een groet aantal personen, onder wie enkele Friese burgemeesters, en luisterde ook naar de omstreden commissaris. <quote>'In het algemeen'</quote>, zo stond in haar rapport d.d. 31 mei', 'zijn de burgemeesters van oordeel dat zij in den beginne wèl, later evenwel steeds minder en op het laatst weinig of geen steun meer van de heer van Harinxma hebben gehad' - burgemeesters die hadden willen onderduiken omdat zij de <i>Wehrmacht</i> geen arbeiders hadden willen leveren voor de aanleg van verdedigingswerken, hadden steeds te horen gekregen dat zij in functie moesten blijven. De commissie-van Boeyen meende dat aan van Harinxma (<quote>'krachtig en consequent in zijn principieel onjuist beleid'</quote>) al of niet op eigen verzoek eervolontslag moest worden verleend. Dat was ook het advies van de commissie-Scholten en van Harinxma kreeg eind november, niet op eigen verzoek (hij had geweigerd het in te dienen), eervolontslag. Met dankbetuiging.</p>
    </subsection>
</section>